Freek Gillissen

In gesprek met Freek Gillissen, mede-oprichter en bestuurslid

Print Friendly, PDF & Email

Freek Gillissen werkt als verpleegkundig consulent bij het Alzheimercentrum van de Universitaire Medische Centra, Amsterdam. Daarnaast is hij actief als educator bij verschillende opleidingen, zoals bij de specialisten Ouderengeneeskunde. Freek zit al meerdere jaren in het bestuur van het Odensehuis en was betrokken bij de oprichting. In het kader van het 10-jarig bestaan hadden we een gesprek met hem over het ontstaan, de ontwikkeling, en het maatschappelijk belang van het Odensehuis.

“De aanleiding voor het bedenken van een inloophuis was een symposium in 2003 over het functioneren van de dagopvang, in het Alzheimercentrum VUmc waar 350 deelnemers op af kwamen uit heel Nederland.
De eerste bedoeling was dat het een informatiecentrum zou zijn voor mensen met het ‘niet pluis’ gevoel. We zijn met een aantal partijen gaan praten en na het bezoek aan Odense in Denemarken werd duidelijk wat we zochten en hebben we dit concept aangepast aan de Nederlandse situatie. De rest is geschiedenis.
Altijd is het uitgangspunt geweest, het is jullie huis, jullie zijn verantwoordelijk en wij zijn als bestuur faciliterend. Je kunt daar jezelf zijn en niemand kijkt je erop aan dat je dementie hebt. Nu zie je in het kader van de vernieuwing in zorg/welzijn dat mensen een Odensehuis starten. Alle nieuwe initiatieven zijn particuliere initiatieven en die zijn duurzaam want je bent gedwongen om goed te functioneren. Odensehuis is een levend experiment dat in beweging moet blijven, dat is de kern. In de zorgketen van dementie speelt het Odensehuis de rol van regisseur. Alles verandert, alles is in beweging. E-Health is mooi, maar er zijn altijd handen nodig, mensen hebben behoefte aan sociale contacten. Er is een hele grote groep vijftigers en zestigers die de diagnose dementie krijgen en dat is dramatisch, en voor die groep bestaat weinig vangnet dus innovatie is hard nodig. We zijn samen op zoek naar andere antwoorden op zorgvragen. De zorgboerderijen bijvoorbeeld zijn een zeer succesvol voorbeeld van hoe de maatschappij in beweging is gekomen. Er zijn ruim 60 ziekten die dementie kunnen veroorzaken. De oplossing om dementie te behandelen hebben we nog niet en die komt er voorlopig spaarzaam aan, en goede zorgmodellen zijn van groot belang. Het antwoord is kleinschalige voorzieningen in de wijk, dat biedt sociale context en het Odensehuis is een speerpunt in die denktrant. OdenseThuis is een inspirerend voorbeeld. Het Odensehuis heeft te maken met regelmatige transities (bijvoorbeeld van AWBZ naar Wmo) en heeft die stormen steeds weten te trotseren. Ieder Odensehuis heeft zijn eigen sfeer, zijn eigen cultuur, mensen bepalen zelf wat ze willen en het programma past zich aan. De opening vond ik heel bijzonder en het theaterstuk dat vorig jaar gemaakt werd, geweldig!
Nederland heeft één van de beste zorgsystemen die er op de wereld bestaan, maar het kan nog veel beter. Er is veel eenzaamheid en we laten die mensen te vaak in de steek. Er is nog veel ruimte voor koppeling uit onverwachte hoek, bijvoorbeeld tussen mensen met autisme en mensen met dementie: zij zouden zeker iets voor elkaar kunnen betekenen.
Ik wens dat er steeds meer mensen bij komen die het gedachtengoed van het Odensehuis als basis hebben in de zorg voor mensen met dementie. Werk aan de ontwikkeling van kleinschalig wonen in de eigen wijk of gemeente. Dan krijg je sociale cohesie en zal de maatschappij de zorg oppakken voor mensen met dementie. Het accent moet komen te liggen bij welzijn en veel minder aan de medische kant.”

foto Josien Wallast