login

Odensehuis verstuurt regelmatig nieuwsbrieven. U kunt zich hier aanmelden, afmelden of uw gegevens wijzigen.

Overzicht nieuwsbrieven


stip

14 2008
Interview met Cees Hamelink, voorzitter van de Liga voor de Rechten van de Mens

“Het Odensehuis brengt een fundamenteel mensenrechten beginsel tot uitdrukking. In een fatsoenlijke samenleving hoort iedereen er bij", scheeft Cees Hamelink. Gijs Kuiper (participant, heeft dementie) en Henk Nouws (kwartiermaker) - zijn naar hem toegestapt om te vragen wat hij precies bedoelt met zijn prikkelende stelling. 

Vrijdag 14 maart 2008. We bezoeken Cees Hamelink, voorzitter van de Liga voor de Rechten van de Mens (www.ligarechtenvandemens.nl), in zijn werkkamer in het Oost-Indisch huis van de Universiteit van Amsterdam, hartje stad. Daar worden we hartelijk ontvangen, temidden van de verhuisdozen en met zicht op een zonnige Amsterdamse gracht. Als lid van het comité van aanbeveling van het Odensehuis heeft Cees Hamelink ons een prikkelende stelling toegezonden. We willen graag meer weten over zijn visie op het Odensehuis.

Voor het Odensehuis heeft u de volgende steekzin aangedragen: “Het Odensehuis brengt een fundamenteel mensenrechten beginsel tot uitdrukking. In een fatsoenlijke samenleving hoort iedereen er bij”. Dit klinkt alsof er bijna sprake zou zijn van schending van mensenrechten in Nederland?

Ons economisch systeem is gebaseerd op een tegenstelling tussen mensen die het goed hebben en mensen die het minder hebben. Winnaars en verliezers. Het gaat daarmee per definitie tegen de mensenrechten in. De kern van het denken over mensenrechten is het best samengevat in het zinnetje “iedereen hoort er bij”. In 1948 helpt mevrouw Roosevelt ons aan die prachtige universele verklaring van de rechten van de mens. Bijna elke paragraaf begint met “iedereen”. Niemand is uitgesloten. Iedereen doet er toe.
We menen dat mensenrechten - en dat is een gevaarlijke ontwikkeling - eigenlijk burgerrechten zijn. Maar zo zijn ze nooit bedoeld. Ze zijn echt bedoeld voor alle mensen, maar we hebben er in de loop van de tijd burgerrechten van gemaakt die gelden voor mensen die een papier hebben: “ik ben een burger van deze samenleving; míj kun je niet willekeurig arresteren; mij kun je niet opsluiten als ik geen misdrijf heb begaan”. En dat geldt dus niet voor de mensen die geen burger zijn. De ‘sans papiers’ kun je oppakken, kun je opsluiten, kun je in een bajesboot zetten. Daar kun je van alles mee doen. Die kun je eventueel medische zorg onthouden. Die kun je onderwijs onthouden. Dat doen we allemaal. En binnen het Nederlandse recht kan dat; onze wetgeving is gebaseerd op het onderscheid tussen burger en niet-burger. Mensenrechtelijk kan het niet. Ik vind dat we in Nederland haastig ernst moeten maken om van de mensenrechten weer echte mensenrechten te maken en niet alleen maar rechten voor burgers.

Hoe moeten wij in Nederland het mensenrecht “iedereen hoort er bij” borgen?

Het begint allemaal met het culturele klimaat van een land. In een fatsoenlijke samenleving moet het fatsoen worden afgemeten aan de manier waarop we met zwakkeren omgaan. Het Odensehuis neemt serieus dat het om mensen gaat. Dat duidt er op dat we een mensenrechtencultuur beginnen te krijgen en afraken van die voortdurende categorisering van “we doen wel wat voor die ene groep, we doen niets voor die andere groep”.
Wat ik urgent vind in Nederland, is dat wij, ook ten behoeve van dementerenden, ook ten behoeve van mensen zonder papieren, ook ten behoeve van kinderen, werken aan het ontwikkelen van een mensenrechtencultuur, een cultuur waarin het volstrekt vanzelfsprekend is dat iedereen er bij hoort. Waarin een gesprek zoals wij nu voeren eigenlijk een beetje mallotig is.
Die mensenrechtencultuur moet geleerd worden, te beginnen bij kinderen. Ik denk dat in het onderwijs kinderen vanaf dat ze vier, vijf, zes zijn moeten leren dat je niemand uitsluit en dat je compassie hebt met andere mensen, ook mensen die je niet kent, en ook mensen die een beetje anders zijn, zoals de dementerenden. Wij zijn in belangrijke mate vreemden voor elkaar, en wat de mensenrechten ons leren, is dat de vreemde aan ons gelijkwaardig is, dat geldt ook voor de dementerende.

Het Odensehuis is een initiatief van mensen, níet van organisaties of van de overheid. Toont een land volgens u hiermee juist kracht, of juist zwakte?

We hebben zo langzamerhand ontdekt in de moderne samenleving dat we niet alles aan de overheid hoeven over te laten omdat we tenslotte zelf verantwoordelijkheid dragen voor de kwaliteit van de samenleving. Het is belangrijk dat mensen zelf initiatief nemen, bijvoorbeeld het Odensehuis. Dat geeft de kracht van de samenleving aan: het mobiliseren van de burgerlijke samenleving, van civil society.
Maar dat kan alleen als je de overheid blijft aanspreken op haar mensenrechtelijke verplichtingen. De overheid heeft per definitie mensenrechtelijke verplichtingen, namelijk er voor te zorgen dat wij er allemaal bij horen. Het kan best zo zijn dat het Odensehuis een initiatief is van mensen die zeer gecommitteerd is daaraan, en die het op eigen kracht en eigen initiatief opzetten. Maar de overheid kan zich niet in de handen wrijven van “nou, dat is mooi, daar hoeven wij dus geen poot meer voor uit te steken.” Zo werkt dat dus niet. De overheid blijft mensenrechtelijk gesproken aansprakelijk voor een voortreffelijke, toegankelijke gezondheidszorg.

U komt veel in het buitenland. Kunnen wij daar nog iets van leren voor hoe we als samenleving omgaan met dementie?

Hollanders zijn natuurlijk altijd geneigd om behoorlijk te klagen. Maar je moet ook reëel zijn: wij doen ook een heleboel dingen heel erg goed. Er valt van alles aan te merken op de geestelijke gezondheidszorg en op de zorg voor dementerenden, maar breek me de bek niet open over wat je in andere landen ziet.
Er zijn landen, bijvoorbeeld in Afrika, waar allerlei verschijnselen die wij buitengewoon angstaanjagend vinden zoals vallende ziekte als uitingen van een heel bijzondere band met de goden, met de wereld van de metafysika worden gezien. In sommige landen wordt dementie niet gezien als proces van achteruitgang, maar je hebt als het ware een heel andere fase bereikt die zelfs kan gelden als een hogere spirituele fase. Je ziet allerlei dingen die andere mensen missen.
In de moderne samenleving zijn wij, in tegenstelling tot nogal wat Latijnse en Afrikaanse en Aziatische samenlevingen, het idee van de uitgebreide familie kwijtgeraakt. Een goede vriend van mij op Aruba bijvoorbeeld heeft zijn dementerende schoonmoeder in huis genomen. Dat is heel zwaar, ongetwijfeld, Maar er is niet slechts één mantelzorger, zoals je in Nederland vaak ziet. In Aruba zijn er die twee mensen, en kinderen, en daar woont ook nog weer een zuster bij, die is getrouwd en heeft weer allerlei familie. Dus er zijn veel meer mensen, een soort warme gemeenschap, rondom die dementerende oudere.
Wat wij kunnen leren van het buitenland is de caring community. Mijn visie op het Odensehuis is dat het een caring community is, een zorgzame zorgvuldige gemeenschap, waar iedereen er bij hoort, iedereen met zijn eigen vermogens.

Welke tips heeft u voor het Odensehuis?

Betrek er kinderen bij. En wat ontzettend belangrijk is en keer op keer weer blijkt, is de rol van  muziek. Ik zit dus te denken aan een combinatie van kinderen en muziek. Omdat dat inderdaad de dementerende mens weer wat dichter bij de eigen jeugd brengt. En dat geeft vaak een gevoel van gemeenschappelijkheid.
Ik ben zelf bij nogal wat projecten betrokken van de Amsterdamse en Amstelveense Muziekschool, onder andere “junior meets senior” waarbij we jonge muzikanten laten spelen met ervaren muzikanten. Ik zat ineens tijdens ons gesprek te denken: “dat zouden mooie elementen zijn”. Die kinderen leren daar ook veel van, iets van het  respect van iemand die anders is. Dementerende mensen die enorm veel plezier beleven aan de muziek en zich weer dicht bij het kind voelen. We zouden kinderen van de muziekschool kunnen vragen om bij gelegenheden concertjes te geven.

Met deze tip gaan wij zeker wat doen.
Gijs Kuiper, Henk Nouws – participant respectievelijk kwartiermaker Odensehuis.

Interview in Pdf